Alle berichten door johanlou

Een ballade van en voor Cohen

Afbeeldingsresultaat voor leonard cohen recent songs

Leonard Cohen. Heel veel mooie liedjes laat hij ons achter.
The Ballad of The Absent Mare is daarbij m’n absolute favoriet. Een nummer uit Recent Songs (1979) dat me al die jaren al intrigeert. Het verhaal van een cowboy die zijn paard kwijt is, en dat eigenlijk uitmondt in een mooie bespiegeling over de liefde.

Ik droomde al een tijdje van een vertaling van dat nummer, omdat ik het graag zou brengen in een vertelvoorstelling. Ik was dus wat blij toen schrijver-dichter Peter Theunynck afgelopen zomer voor me aan het werk ging. Peter is zelf een Cohenfan en heeft al mooie vertalingen gemaakt van Cohens werk.
Hier is zijn ‘Ballade van de afwezige merrie’.
Bedankt, Leonard. Bedankt, Peter. Ik hoop dat ik de tekst nog vaak mag brengen.

 

Leonard Cohen –
Ballade van de afwezige merrie

Sla een kruis voor de cowboy
Zijn merrie liep heen
Hij wil haar gaan zoeken
Zijn lief dat verdween
Maar het water staat hoog
En de straten staan blank
En de bruggen verzakken
En de mensen zijn bang

Geen spoor om te volgen
Geen plek om te gaan
Ze is zomaar verdwenen
Uit zijn bestaan
En de krekels breken
Zijn hart met hun zang
En de dag verkruimelt
En de nacht duurt te lang

Was het echt of een droom
Dat ze kwam in de vlucht
En de varens vertrapte
En gras in de lucht
Haar spoor in de modder
Van ijzer en goud
Hij had haar beslagen
Hij had haar doorschouwd

Hoewel ze in feite
Niet ver weg kan zijn
Zoekt hij haar vergeefs
Waar zou ze toch zijn?
Hij kan haar niet vinden
Hij ziet haar niet staan
Hij is alleen met zijn schuld
En haar boete begaan

Bij hem thuis in een boom
Op de hoogste tak
Kweelt een merel plots
Op zijn dooie gemak
O, de zon is warm
En de wind rijdt hier
Op de ruggen van wilgen
Langsheen de rivier

O de wereld is zoet
O de wereld is wijd
En zij is daar waar
Licht in het duister verdwijnt
En ze dampt van de hitte
Zo enorm, zo beducht
En ze trapt op de maan
Als ze klauwt in de lucht

En ze eet uit zijn hand
Maar echt tam wordt ze nooit
Ze wil zich verliezen
En hij wil dat ook
Ze wil alles ontvluchten
Langs de eerste open pas
En zich rollen en vleien
In het hemelse gras

Ze zoekt naar een leven
In een hogere staat
Waar boven of onder
Niet langer bestaat
Het is tijd voor het zadel
En ook voor de sporen
Gaat zij door het vuur
En weet hij dan te scoren

Dan bindt hij zich vast
Aan zijn hollende paard
En zij is verbonden
Met de ruiter op haar
En er is geen ruimte
Alleen rechts of links
En er is geen tijd
Alleen donker en licht

En hij buigt zich voorover
En fluistert haar toe
Waar jij ook gaat,
Daar ga ik naartoe
Ze voelen zich een
In het wiegende koren
De zweep is niet nodig
En ook niet de sporen

De gesp van hun eenheid
Wie snoert die ’s nachts dicht
En wie maakt die weer open
Bij het ochtendlicht
De een zegt de ruiter
De ander het paard
Of dat liefde als rook is
Zo ongenaakbaar

Maar mijn liefste zegt
“Lou, ach kom, laat het gaan
Dat oude silhouet
In het licht van de maan”
Dus tokkel ik maar wat
Want ze blijven niet staan
Ze verdwijnen als de rook
En mijn lied is gedaan

 

© L. Cohen
© Nederlandse vertaling: Peter Theunynck

 

 

 

Een ‘lancement’ voor De Slembroucks

Peter Theunynck schreef zijn eerste roman: De Slembroucks.
Hij vroeg me om enkele scènes tot leven te brengen en te spelen tijdens de boekvoorstelling in De Groene Waterman, die zalige Antwerpse boekhandel.
Een opdracht die geen opdracht was, want Peters familieroman prikkelde meteen m’n vertelfantasie, zodat het een plezier werd om zijn materiaal te vertalen tot een korte vertelvoorstelling.
Samen met m’n kompaan, gambaspeler Meneer E, maakte ik een ‘lancement’: het script en de muziek voor een lanceringsfilmpje om het boek te promoten. We presenteerden het als een storyboard met een soundtrack, samen met enkele indringende scènes uit het boek.
De kelder van De Groene Waterman was voor de gelegenheid volgelopen, met mensen (gelukkig maar). Zo steeg op die 25e augustus, de warmste avond van het jaar, de temperatuur ook in die anders zo koele kelder.

Hieronder enkele foto’s. Alle foto’s op deze pagina zijn van Jörg Pyl, waarvoor dank.

DSC_0738
Peter schreef een roman waaruit je onophoudelijk vertellen kan: we kozen enkele scènes en presenteerden een storyboard voor een mogelijke trailer. Of zoals m’n buren dat noemen: een ‘lancement’.

DSC_0733

DSC_0731
De Slembroucks - uitnodiging

 

 

Juli 2015: 2x in De Vlaanders

Zes jaar heb ik tussen de West-Vlamingen gewoond.
Ergens in Brabant.
Op een kasteel.
In een college.
Dat wordt ooit nog wel eens een verhaal.

In juli 2015 mocht ik tweemaal naar ‘die streke’.
Twee keer ‘bie de schreve’.
En het deed deugd.

 

Vrijdag 10 juli – Internationaal Theaterfestival – Spots op West in Westouter
Daar speelde ik met Boudewijn Van den Brande, Tine Claus en Chris De Backer  onder de naam ‘Het Tweede Jaar’.
Deden ook mee: een  geest uit een fles, iemand die graag drinkt uit een fles, iemand op de vlucht op een vlucht en de redder van de mensheid en van heel de zoölogie.

Wanneer we alle vier nog eens een moment vinden dat perfect kruist in onze agenda’s, dan spelen we dit ‘Verkeerde Been’ nog wel eens.

Spots Op West - Het 2de Jaar - 2015-07-10Met Boudewijn Van den Brande, Chris De Backer
en Tine Claus op Spots op West
foto: Luk Dombrecht

Donderdag 2 juli – KLAPZ!- Zomerse Vertelavonden – Langemark-Poelkapelle
In Madonna, een gehucht van Langemark-Poelkapelle, maakten zo’n 60 mensen kennis met m’n broer, die zelf een woordje West-Vlaams spreekt.
Een heerlijke vertelavond in een dorp met een unieke verteltraditie.
Kijk op http://www.klapz.be voor meer info over dit initiatief.
Of kijk op de Facebookpagina van KLAPZ!20150705_175608

Soms stel je vragen zonder antwoorden te verwachten.

Soms stel je vragen zonder antwoorden te verwachten.
En toch belanden er gedachten in volle zinnen in je mailbox.

Ik had Anke Senden poëzie horen vertellen. Eigen werk, afgewisseld met werk van anderen. En ik zeg wel degelijk: poëzie vertellen. Want ze is er zo door begeesterd dat ze het niet voordraagt maar met hart en ziel uitdraagt.
Om een of andere reden stuurde ik haar wat vragen die me al lang belagen. En zij, hoe jong ook, gaf me heel snel antwoorden waar een mens wijzer van wordt.
Lees maar.

M’n vragen

Wie kleeft die donzige pluimpjes op de eieren, zo amper dat ze opveren wanneer je
in al je haast het doosje openhaalt? Doet de pluimpjesklever dat bewust met te weinig lijm?
Zou hij of zij niet liever appeletikettenklever zijn, toch iets dat meer blijft hangen,
beter staat op een cv?

Wie hangt die pijltjes op straathoeken, aan verlichtingspalen? En altijd met twee namen?
Staat er dan een duo klaar om je te verrassen wanneer je de straat inslaat?

Wie weet altijd haarfijn mijn toekomstig geluk te verstoppen in kleine koekjes?
Kan die daar genoeg mee verdienen om voor zichzelf een toekomst te verzinnen?

Wie beweert zo stellig op het wijnetiket welke smaken ik ga proeven? De kurk zit nog op de fles.

Wie komt me straks een verhaaltje vertellen wanneer al m’n vragen niet in slaap geraken?

Wie dekt ze toe?

Toe, vertel het me.

Johan-Lou Verwimp
al dan niet wachtend op een antwoord, een verhaal, een vertelseltje
????

Haar antwoorden

Morgen zal ik het je vertellen.

Morgen zal je weten wie in het toilet voor jou het licht aanlaat opdat jij ’s nachts de schakelaar niet hoeft te zoeken. Je zal weten dat de spleet onder een deur dient om een briefje onder te schuiven, als het verdriet, de angst, de woede in de kamer de deur op slot gedaan heeft. Je zal weten dat je een deur altijd op een kier moet laten staan.

Je vraagt of de pluimpjesklever niet liever etikettenklever zou zijn. Nee, dat wil hij niet. Hij geeft mensen liever een pluim dan een etiket.

De pijltjes zijn wijzers die stil zijn blijven staan. Ze geven geen richting aan, maar een tijdstip: op dat moment waren twee mensen daar. Toch gaat het niet om een toen, maar om een nu. Om het nu waarin jij die namen ziet staan, terwijl je wacht op de bus, je weg zoekt rond de straathoeken van een vreemde stad, de kaart wilt lezen onder een verlichtingspaal. De namen worden mensen die mee wachten en mee zoeken tussen het grauw van de stad en haar gebouwen. Ze zijn als nieuwe blaadjes aan een dode stronk. Ze geven de stad een gezicht, een stem, een adem. Eerder dan je op te wachten stuwen de personen achter de namen je zachtjes vooruit, als meewind, op naar het onverwachte.

Dat onverwachte speelt ook een rol bij de wijnetiketten. Die dienen namelijk om het onverwachte op te vangen. Iedere fles wijn is een avontuur dat de mens in vervoering kan brengen. Soms bestaat het avontuur erin dat er helemaal niets gebeurt. Maar wie wil dat toegeven? Daarom heeft iedere fles wijn een noodoplossing: het etiket. Als de ervaring van de wijn de woorden overschrijdt of zich juist beperkt tot een eenvoudig woord, dan kan je altijd je toevlucht nemen tot de woorden op het etiket. Instemmend knikken van de tafelgenoten verzekerd.

Een mens is een fles wijn – een avontuur dat je heel ver of juist heel dichtbij kan brengen. Helaas hangt de fles vaak zo vol met etiketten, dat je niets anders meer proeft dan de inkt. Vind je het raar dat de pluimpjesklever zich ver van alle etiketten wil houden?

Je vraag over geluk is de moeilijkste. Wie verstopt geluk in kleine koekjes? Ik weet het niet. Verdient die persoon daar genoeg mee? Hoogstwaarschijnlijk niet. Kan je geluk verdienen? Nee, maar je kunt het wel in hoekjes, boekjes, koekjes en bezoekjes steken. Misschien moet je eens zo’n doos koekjes aan de geluksverstopper geven. Zoals je soms aan een slapeloze verteller een verhaaltje moet vertellen.

Morgen zal je het weten, het antwoord op al die vragen nog veel meer – en later, wanneer je alles wat je weet weer weggeslapen, weggelachen en weggeleefd hebt, zal je het begrijpen. De deur op een kier, de pluimen, de wijn en de koekjes.

Maar ga nu slapen.

Je vragen zijn je knuffelberen – laat je dromen vertellen wat ze weten.

En morgen – morgen ben je mijn antwoord al vergeten.

 Anke Senden – in antwoord op.
ankesenden@gmail.com

 

 

Het was heerlijk zitten op De Gouden Stoel.

Dit voorjaar werd ik laureaat van De Gouden Stoel, de vertelwedstrijd georganiseerd door ‘Van Stoel tot Stoel’, onderdeel van OPENDOEK Amateurtheater Vlaanderen.

Als laureaat mocht ik optreden tijdens het Landjuweelfestival dat eind oktober 2014 plaatsvond in Gent.
Bovendien kreeg ik in de aanloop naar m’n optreden nog gratis coachings cadeau.

Het was ontzettend fijn om voor die gelegenheid een verhaal te schrijven en het te brengen in Herberg Macharius, een zalige vertelplek bij de ruïnes van de Sint-Baafsabdij, gerund door De Buren van de Abdij.

De fijne reacties hebben me extra energie gegeven. Dankjewel, Gouden Stoel.
’t Is niet alleen goed zitten, een mens gaat er ook wat van blinken.

_D7X8860

Optreden als laureaat van De Gouden Stoel in Herberg Macharius in Gent.
foto: Katleen Clé

20140922_172013

 

En als, Czesław, als

Afbeelding

Net als Beata, de engel-doet-al bij LDV United, hou ik van de poëzie van Cesław Miłosz, al leest zij de verzen in de originele taal.

Ik bleef onlangs hangen bij de drie laatste regels van zijn ‘De kennis van goed en kwaad’. Die luiden als volgt:

          Wanneer de mensen ophouden te geloven dat het kwade bestaat en het goede bestaat,
kan alleen de schoonheid hen nog bij zich roepen en redden.
Zodat ze weten wanneer ze moeten zeggen: dit is echt, dat is vals.

Ik dacht, ik schrijf hem even. Ook als is hij niet meer onder de levenden, als Beata mijn tekst vertaalt, kan ze het dan aan Miłosz ergens in het tijdloze universum bezorgen? Stel je voor dat hij alsnog zou antwoorden.

 

En als, Czesław, na de dood van goed en kwaad
de meerderheid beslist dat ook schoonheid niet meer bestaat?

Voel ik me dan mans genoeg om op te staan, tot bij de muur te gaan
en zonder schroom een nieuwe-wereldkaart te ontrollen?
Ik wijs ze aan: de vergeten landen van vergeven wat ik deed,
wat me werd aangedaan. De bergen die ik in schoonheid droom,
de toppen van m’n groots geloof, de vertrouwenskloof waarin ik
mijn eigen weg loop.

Vertel ik dan? Over het kind dat al jaren vanachter het gordijn
de mooiste liedjes zingt en zich niet langer kan bedwingen:
in alle openheid zing ik dit lied, het was het mijne niet,
ik heb het gekregen, tijd om het aan iedereen door te geven.

Kijk ik dan nederig in de ogen van hen die het nog niet geloven?
Nodigt mijn blik hen uit mee te vertrouwen dat alles mooier wordt
dan ons ooit werd geleerd? Dat we geduld moeten hebben met
wie dat niet heeft?

En wil jij dan zeggen, Miłosz, dat dít echt is en al het andere vals?
Jou geloven ze, da’s nog het mooist van al.